Ivoren wachters
Formaat: Paperback Auteur: Simon Vestdijk Genre: fictie Uitgeverij: De Bezige Bij Gepubliceerd: 2002 Pagina's: 243 Taal: nederlands ISBN: 9789023400608 Gewicht: 350 Grootte: 130mm x 210mm Tags: De bezige bij | fictie | roman | Simon VestdijkIvoren wachters behoort tot de meest toegankelijke en tegelijk meest wrange romans van Simon Vestdijk. Achter het ogenschijnlijk eenvoudige verhaal over een schoolconflict ontvouwt zich een tragikomische studie van hoogmoed, gekrenkte trots en de vaak desastreuze gevolgen van menselijke zwakheden. Waar Vestdijk in De koperen tuin de lezer onderdompelt in een wereld van herinnering en verloren illusies, en in Terug tot Ina Damman de pijnlijke intensiteit van adolescent verlangen onderzoekt, richt hij zijn aandacht hier op de botsing tussen idealisme en ijdelheid.
Centraal staat de negentienjarige Philip Corvage, een gymnasiast die zichzelf beschouwt als een literair wonderkind. Hij schermt graag met Latijnse citaten, overschat zijn talent en lijkt voortdurend op zoek naar erkenning. Tegelijk bezit hij iets aandoenlijks. Achter zijn arrogantie schuilt een kwetsbare jongeman die zich bewust is van zijn sociale onzekerheid en zijn opvallend slechte gebit, waaraan de titel van de roman refereert. Wanneer de nieuwe leraar Nederlands, Frits Schotel de Bie, hem tijdens de les openlijk vernedert door zijn gebit te bespotten, wordt een conflict in gang gezet dat niemand nog onder controle krijgt.
Vestdijk toont zich hier een meester in het beschrijven van gekwetste trots. Zowel Philip als Schotel de Bie zijn intelligente mensen die gevangen zitten in hun eigen zelfbeeld. Geen van beiden is bereid een stap terug te zetten. De leerling verlangt erkenning, de leraar beschouwt zichzelf als moreel en intellectueel superieur. Juist die botsing van ego’s vormt het hart van de roman. Wat op het eerste gezicht een klein incident lijkt, groeit uit tot een drama waarin schuld, misverstanden en noodlot elkaar versterken.
Een van de sterkste aspecten van het boek is de figuur van Schotel de Bie. Vestdijk maakt van hem geen karikatuur, maar een tragische man die uiteindelijk ten onder gaat aan zijn eigen trots. Zijn weigering om excuses aan te bieden lijkt aanvankelijk principieel, maar wordt gaandeweg een vorm van zelfvernietiging. De scène waarin hij na Philips dood alsnog zijn excuses aanbiedt aan de klas behoort tot de meest aangrijpende momenten van de roman. Niet omdat het schuldgevoel hem verlost, maar omdat het besef komt wanneer alles al verloren is.
Ook de nevenpersonages zijn meer dan louter figuranten. Lida Feltkamp brengt warmte en menselijkheid in het verhaal en fungeert als tegenpool van de verstarde Schotel de Bie. De bediende Nel en haar man Piet introduceren vervolgens een veel donkerder werkelijkheid waarin jaloezie, achterdocht en geweld de bovenhand krijgen. Hierdoor verschuift de roman ongemerkt van psychologisch drama naar bijna klassieke tragedie.
Toch is Ivoren wachters niet zonder gebreken. Sommige ontwikkelingen in het tweede deel van het verhaal ogen voor hedendaagse lezers wat geconstrueerd. Vooral de gebeurtenissen rond Philips dood vragen een zekere bereidheid om de dramatische logica van de roman te aanvaarden. Ook Vestdijks personages spreken en denken soms meer als dragers van ideeën dan als volledig natuurlijke mensen. Dat geeft het boek intellectuele scherpte, maar creëert af en toe ook afstand.
Waar Terug tot Ina Damman emotioneel direct raakt en De koperen tuin een bijna muzikale melancholie bezit, blijft Ivoren wachters koeler en analytischer. Het is minder een roman van gevoelens dan van karakterfouten. Juist daardoor biedt het een bijzonder scherp inzicht in menselijke ijdelheid, morele zwakte en de gevolgen van een gekrenkt ego.
Meer dan tachtig jaar na verschijnen blijft Ivoren wachters een verrassend actuele roman. Achter het verhaal van een leerling, een leraar en een ongelukkige samenloop van omstandigheden schuilt een tijdloze observatie over menselijke hoogmoed. Vestdijk laat zien hoe een enkel kwetsend woord een leven kan veranderen en hoe moeilijk het soms blijkt om eenvoudigweg te zeggen: ik had ongelijk.
Recensie: Barbara Van Wezemael

