Overgave op commando
Formaat: Paperback Auteur: Nadia de Vries Genre: fictie Uitgeverij: Uitgeverij Pluim Gepubliceerd: 2025 Pagina's: 160 Taal: nederlands ISBN: 9789493420021 Gewicht: 184 Grootte: 125mm x 201mm Tags: fictie | Nadia de Vries | roman | Uitgeverij PluimOp de voorkant van Overgave op commando van Nadia de Vries zien we één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen identieke schelvissen op elkaar gestapeld. Hun bek staat open, de lijven staan in ruststand: er zit geen leven meer in. Schelvissen worden door Nederlandse vissers met name als bijvangst gevangen, wat de associatie van inwisselbaarheid nog maar eens vergroot. Er hadden drie exemplaren op deze cover kunnen staan, er hadden tachtig exemplaren gestapeld kunnen liggen: uiteindelijk zijn ze één soort, één product.
Het hoofdpersonage en de verteller van Overgave op commando heet Schelvis. Schelvis’ geslacht en gender lijken bewust in het midden gelaten, zodat daar de nadruk niet op komt te liggen (waardoor je er alsnog op gaat letten). Er is een belangrijker kenmerk, namelijk dat de verteller in een kleine wereld is geboren. Die van weinig geld, van weinig dromen en letterlijker ook van weinig huizen: Schelvis komt uit een dorp aan zee in de nabijheid van de staalfabrieken. Vader is niet in beeld, moeder is orderpicker en kan niet zonder het gezelschap van mannen. Schelvis moet dan maar gaan buitenspelen. Dit soort gedoe bepalen de toon van De Vries’ dunne roman. Vanaf pagina één weet je dat je een gek boek aan het lezen bent dat zich ergens in het schemergebied bevindt tussen politiek-satirisch en gewoonweg speels. De ode aan arbeidersmilieubeschrijver Charles Dickens door (onder andere) ook met beschrijvende hoofdstuktitels te werken als ‘Onze held leert de charme van levensgevaar. / Romantiseert het niet. / Verandert wel voorgoed’ slaat behoorlijk dood en het plechtstatige taalgebruik dat Schelvis soms plots bezigt voelt dan weer als een vreemde stijlbreuk of anglicistisch aan en is dan weer hilarisch. Dat niet alles meteen op zijn plek valt bij de lezing moet je willen accepteren.
De roman is in tweeën opgedeeld. Het eerste deel beschrijft de tamelijk ongelukkige jeugd van Schelvis in het dorp: de speciale school, het afvalprikken, de niet-beantwoorde liefde, en de lang uitgesponnen aanslag op een ander die een aanslag op zichzelf blijkt. Het tweede deel beschrijft Schelvis’ tocht naar de stad waar die een ‘Iemand’ gaat worden. Althans, dat is het doel – maar het vinden van onderdak blijkt al een opgave die niet zonder vervelende consequenties behaald kan worden. Schelvis komt in aanraking met de geslaagden in het leven, al geeft die uitdrukking misschien te veel credits aan hen: uiteindelijk hebben ze vooral geluk gehad. Gelukkigen zijn zij die profiteren van het toeval; Schelvis staat aan de kant van hen die lijden aan het toeval. En zoals iemand uit Schelvis’ dorp het beschrijft: ‘Mensen die iets kostbaars aan het toeval verliezen koesteren wrok. Het zijn boze mensen. Hoed je voor hen.’ Beide kanten van de samenleving kennen dus eigenlijk te veel waarde aan het toeval toe en dat is misschien wel waarom ze elkaar nooit echt zullen kunnen zien of met elkaar kunnen samenleven. Schelvis’ aanwezigheid in de stad zorgt in ieder geval voor een hoop wrijving.
Het lijkt de verteller te zijn die het toeval het beste kan omarmen. Schelvis krijgt de kans om wraak te nemen op bepaalde personen, maar concludeert dat het ‘geen zin’ heeft. ‘Er was tijd verstreken. Ik had nieuwe dingen meegemaakt (…) en dat was precies hoe de natuur het had gewild’. En moedig voorwaarts, of moedig cirkeltjes lopen. De passiviteit en de machteloosheid die Schelvis ervaart waardoor die zo vaak met zich laat sollen, is uiteindelijk misschien wel het beste copingmechanisme dat een toch al gedoemde schelvis kan hebben.
Recensie: Elif Aydin

Submit your review | |
