
Ferdinand Bordewijk, bekend als F. Bordewijk, werd geboren op 10 oktober 1884 in Amsterdam en overleed op 28 april 1965 in Den Haag. Hij was een van de belangrijkste Nederlandse prozaschrijvers van de twintigste eeuw en wordt vaak genoemd naast Simon Vestdijk. Bordewijk combineerde zijn schrijverschap met een carrière als advocaat, een beroep dat duidelijk doorklinkt in zijn werk.
Na zijn jeugd in Amsterdam en Den Haag studeerde hij rechten aan de Universiteit Leiden, waar hij in 1912 promoveerde. Hij werkte vervolgens als advocaat in onder meer Rotterdam en Schiedam. Zijn literaire debuut maakte hij in 1916 met de dichtbundel Paddestoelen, maar zijn doorbraak kwam pas in de jaren dertig met korte, experimentele werken als Blokken, Knorrende beesten en Bint. Zijn bekendste roman is Karakter (1938), later verfilmd, al beschouwde hij zelf Noorderlicht als zijn beste boek.
Bordewijk schreef een veelzijdig oeuvre van romans, novellen en toneel en ontving in 1953 de P.C. Hooft-prijs. Zijn strakke, sobere stijl en aandacht voor macht, gezag en structuur maken hem tot een blijvend invloedrijke auteur in de Nederlandse literatuur.
