Beschouwingen over literatuur, lezen, auteurschap, uitgeverijen, boekhandels in een veranderende boekenwereld. Geen vluchtige actualiteit, maar tijdloze teksten die uitnodigen tot reflectie.
Een roman laat zich vertalen. Een toneelstuk ook. Zelfs een filosofisch werk kan, hoe moeilijk ook, een nieuw leven krijgen in een andere taal. Maar poëzie lijkt zich daar soms tegen te verzetten. Alsof een gedicht niet alleen uit woorden bestaat, maar ook uit de stilte ertussen, uit het ritme, de klank en de geschiedenis die aan die woorden kleeft.
Wie ooit een gedicht van Federico García Lorca, Emily Dickinson of Paul Celan naast het origineel heeft gelegd, merkt al snel dat een vertaling nooit een eenvoudige overdracht van betekenis is. Een vertaler staat voortdurend voor keuzes waarvoor geen juiste oplossing bestaat. Kies je voor de letterlijke betekenis, dan verdwijnt misschien de muziek. Behoud je het ritme, dan verschuift soms de nuance. Red je het rijm, dan offer je een beeld op. Elke vertaling is daarom evenzeer een interpretatie als een herschrijving.
Juist daarin schuilt de paradox van poëzie. Het gedicht dat de lezer in een andere taal bereikt, is hetzelfde gedicht en tegelijkertijd een ander. De woorden zijn veranderd, de grammatica is anders, de klankwereld verschuift. Zelfs kleuren, geuren en landschappen dragen in iedere taal een eigen culturele lading. Het Spaanse ‘verde’ van Lorca klinkt anders dan het Nederlandse ‘groen’. Niet omdat de kleur verandert, maar omdat de taal er een ander geheugen aan geeft.
Toch is dat geen tekortkoming. Misschien is het juist de kracht van een goede vertaling dat zij niet probeert het onmogelijke te bereiken. Een vertaler kan het origineel niet vervangen, maar wel een brug slaan naar een nieuwe lezer. De beste vertalingen zijn niet degene die ieder woord trouw volgen, maar degene die de lezer hetzelfde gevoel van verwondering, melancholie of ontroering schenken als het origineel ooit opriep.
Dat verklaart ook waarom grote gedichten zich telkens opnieuw laten vertalen. Niet omdat eerdere vertalers hebben gefaald, maar omdat iedere generatie een andere taal spreekt. Woorden verschuiven van betekenis, ritmes veranderen, gevoeligheden evolueren. Een vertaling uit de jaren vijftig leest anders dan een vertaling van vandaag, zonder dat de ene noodzakelijk beter is dan de andere. Beide weerspiegelen de tijd waarin zij ontstonden.
Misschien moeten we daarom ophouden met de vraag of een gedicht ooit écht vertaald kan worden. Het eerlijkste antwoord is waarschijnlijk: nee. Maar dat betekent niet dat vertalen zinloos is. Integendeel. Juist omdat het schier onmogelijk is, blijft het een van de mooiste ondernemingen van de literatuur. Iedere vertaler begint aan dezelfde onbereikbare reis, wetend dat de bestemming nooit volledig zal worden bereikt. En toch ontstaat er onderweg iets nieuws: een gedicht dat leeft in een andere taal, zonder zijn oorsprong helemaal los te laten. Misschien is dat wel de ware opdracht van de poëzie. Niet om zich volledig te laten vertalen, maar om steeds opnieuw vertaald te willen worden.
Het geschenk
Je hebt het niet van mij, maar
In gesprek met een lijk
De indringer
Dagboek 1933
Brussel Noir
Vaderland
Weekdier
Vluchtvrouw
Hoofdzaak
Patrick Conrad
Scheuren in de toekomst
De verwondering
Zolang de kippen draaien
De garage
De engelenmaker
De slinger van Foucault
Wraak
Het verloren symbool
Animal Farm
John Grisham
Waarom heeft een schrijver een corrector nodig?