
Hans Fallada, pseudoniem van Rudolf Ditzen, werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 en groeide uit tot een van de scherpste chroniqueurs van het Duitsland tussen de twee wereldoorlogen. Voor hij zich volledig op het schrijven richtte, werkte hij onder meer als ambtenaar, boekhouder en nachtwaker — beroepen die later mee de rauwe geloofwaardigheid van zijn romans zouden bepalen.
Zijn doorbraak kwam er in 1931 met Bauern, Bonzen und Bomben, maar het was vooral Kleiner Mann, was nun? (1932) dat hem internationale faam bezorgde. De roman, in meer dan twintig talen vertaald, schetst het wankele bestaan van de kleine man in een ontwricht Duitsland en verscheen in Nederland onder de titel Wat nu, kleine man?.
Na Fallada’s dood in Berlijn op 5 februari 1947 verschenen nog enkele van zijn bekendste werken, waaronder Der Alpdruck, Jeder stirbt für sich allein en Der Trinker. Vooral Jeder stirbt für sich allein — in het Nederlands uitgegeven als Alleen in Berlijn — groeide decennia later uit tot een moderne klassieker. Ook De drinker en In mijn vreemde land vonden nadien opnieuw een groot lezerspubliek.
Librar las Alleen in Berlijn.
