
Kornel Filipowicz (27 oktober 1913 – 28 februari 1990) was een Poolse schrijver die vooral bekend stond om zijn korte verhalen, maar ook actief was als romancier, dichter en scenarist. Hij behoort tot de belangrijkste stemmen in de naoorlogse Poolse literatuur, met een stijl die wordt gekenmerkt door soberheid, ironie en een scherp oog voor het alledaagse menselijke gedrag.
Filipowicz werd geboren in Tarnopol (toen deel van Oostenrijk-Hongarije, nu Ternopil in Oekraïne). Tijdens de turbulente periode van de Tweede Wereldoorlog maakte hij ingrijpende ervaringen mee, waaronder gevangenschap in een concentratiekamp, wat een blijvende invloed had op zijn werk. Na de oorlog vestigde hij zich in Krakau, waar hij uitgroeide tot een gerespecteerd literair figuur.
Zijn verhalen draaien vaak rond gewone mensen en ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen, waarin hij subtiel existentiële thema’s verwerkt. Met een sobere en vaak licht ironische toon wist hij complexe emoties en morele dilemma’s toegankelijk te maken.
Hij trouwde in 1945 met kunstenares Maria Jarema. Na haar overlijden hertrouwde hij in 1964 met Maria Próchnicka. Vanaf 1967 had hij een langdurige relatie met de dichteres Wisława Szymborska, die later de Nobelprijs voor Literatuur (1996) zou ontvangen. Hun relatie was zowel persoonlijk als intellectueel van grote betekenis.
Kornel Filipowicz overleed op 28 februari 1990 in Krakau. Zijn werk wordt nog steeds gewaardeerd om zijn heldere stijl en diep menselijke benadering van het leven.
Librar las Memoir van een antiheld.
