
Maarten ’t Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis als oudste zoon in een streng gereformeerd gezin. Zijn vader was grafmaker, een beroep dat, samen met de religieuze sfeer van zijn jeugd, diepe indruk op hem maakte en later een belangrijke rol zou spelen in zijn literaire werk. Hij bezocht het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen en ging vervolgens biologie studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. Daar specialiseerde hij zich in de gedragsbiologie, ook wel ethologie genoemd. In 1978 promoveerde hij op een onderzoek naar gedragscycli bij de driedoornige stekelbaars. Na zijn studie werkte hij enige tijd als etholoog en publiceerde hij ook populair-wetenschappelijke boeken, waaronder werken over ratten en stekelbaarzen.
Tijdens zijn studententijd nam ’t Hart afstand van het christelijke geloof waarin hij was opgevoed. Die geloofsbreuk zou een blijvend thema worden in zijn essays, romans en polemieken. Hij schreef herhaaldelijk kritisch en vaak fel over religie, in het bijzonder over het monotheïsme en de gereformeerde traditie van zijn jeugd. Tegelijkertijd klinkt in zijn werk vaak ook een zekere nostalgie door naar het besloten religieuze milieu waarin hij opgroeide. Die ambivalente houding — tegelijk afwijzend en terugblikkend — werd kenmerkend voor zijn literaire stem.
Als schrijver debuteerde hij in 1971 onder het pseudoniem Martin Hart met de verhalenbundel Stenen voor een ransuil. Zijn doorbraak bij het grote publiek volgde in 1978 met de roman Een vlucht regenwulpen, een boek met sterk autobiografische trekken dat talloze herdrukken beleefde en uitgroeide tot een moderne klassieker binnen de Nederlandse literatuur. Veel van zijn werk speelt zich af in of rond zijn geboortestreek en bevat verwijzingen naar zijn jeugd, zijn wetenschappelijke achtergrond en zijn grote liefde voor muziek en literatuur.
’t Hart stond bekend om zijn polemische stijl. Hij zocht geregeld de confrontatie, onder meer met literatuurcritici en met de feministische beweging, bijvoorbeeld in zijn essaybundel De vrouw bestaat niet. Zijn scherpe, soms provocerende toon leverde hem zowel bewonderaars als tegenstanders op. Hij schuwde daarbij persoonlijke anekdotes en aanvallen niet en verkende bewust de grens tussen satire, overdrijving en ernst.
Begin jaren negentig trok hij opnieuw publieke aandacht toen hij tijdens het Boekenbal naar buiten trad als travestiet. Hij verscheen in die periode af en toe in vrouwenkleding onder de naam “Maartje”, al stopte hij daar rond 2000 mee. Zijn persoonlijke leven en eigenzinnige publieke optredens droegen bij aan zijn imago als onafhankelijke en onconventionele intellectueel.
Naast literatuur en wetenschap speelde muziek een centrale rol in zijn leven. ’t Hart was een hartstochtelijk kenner van de klassieke muziek en publiceerde daar vele essays en recensies over. Vooral componisten als Bach, Mozart, Schubert en Bruckner genoten zijn bewondering. Zijn muzikale voorkeuren waren uitgesproken; zo had hij weinig waardering voor componisten als Mahler en Sjostakovitsj, en populaire muziek wees hij doorgaans resoluut af.
Voor zijn werk ontving hij talrijke onderscheidingen. Al vroeg kreeg hij de Multatuliprijs voor Het vrome volk. Later werd zijn thriller Het woeden der gehele wereld bekroond met de Gouden Strop. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ontving verschillende oeuvre- en publieksprijzen. Zijn roman Een vlucht regenwulpen overschreed de grens van een miljoen verkochte exemplaren, een uitzonderlijke prestatie binnen het Nederlandse taalgebied. Ook op latere leeftijd bleef hij erkenning ontvangen, onder meer met belangrijke literaire prijzen voor zijn verhalend proza.
Maarten ’t Hart is gehuwd met Hanneke van den Muyzenberg en woont in Warmond. Ondanks gezondheidsproblemen, waaronder een herseninfarct en een hartoperatie in 2021, bleef hij actief als schrijver en essayist. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een combinatie van autobiografische elementen, wetenschappelijke belangstelling, religiekritiek en een grote liefde voor muziek — samengebracht in een persoonlijke, vaak uitgesproken literaire stem die hem een blijvende plaats in de Nederlandse literatuur heeft bezorgd.
Librar las Een vlucht regenwulpen.
