Willy Claes werd op 24 november 1938 geboren in Hasselt, België. Na zijn studies politieke en diplomatieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), startte hij zijn politieke loopbaan lokaal: in 1964 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid van Hasselt, en vier jaar later – in 1968 – tot lid van de nationale Kamer van Volksvertegenwoordigers.

In 1972 trad hij voor het eerst toe tot de federale regering als minister van Onderwijs. Kort daarna, in 1973, werd hij benoemd tot minister van Economische Zaken, een functie die hij in verschillende periodes bekleedde (1973–1974, 1977–1982, 1988–1992). Zijn economische beleid – onder andere tijdens de oliecrisis in de jaren ’70 – werd toen zeer belangrijk geacht.

Gedurende zijn carrière vervulde Claes vijfmaal de rol van vice-premier (Deputy Prime Minister), en speelde hij een prominente rol bij de onderhandelingen voor coalitieregeringen in België in de jaren 1980. In 1992 werd hij benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken in de regering onder leiding van Jean‑Luc Dehaene. Tegelijk werd hij gekozen tot voorzitter van de Party of European Socialists.

In oktober 1994 bereikte zijn internationale carrière een hoogtepunt, toen hij werd benoemd tot achtste secretaris-generaal van NATO — de eerste Belg op die positie. Tijdens zijn termijn legde hij zich toe op de transformatie van de alliantie in de nasleep van de Koude Oorlog, met speciale aandacht voor de veiligheid in Europa en de mogelijke uitbreiding van NATO.

Echter, zijn NATO-mandaat kreeg een abrupt einde. In 1995 moest hij aftreden nadat beschuldigingen van corruptie aan het licht kwamen in verband met defensie-contracten — de beruchte Agusta‑affaire. De zaak betrof smeergeld aan politieke partijen bij de aankoop van Belgische gevechtshelikopters. In 1998 werd hij door het hoogste Belgische hof veroordeeld: een gevangenisstraf met uitstel van drie jaar en een verbod van vijf jaar om publieke ambten uit te oefenen.

Na deze periode trok Willy Claes zich terug uit de actieve politiek. Ondanks het controversiële einde van zijn carrière blijft hij een figuur van gewicht: van lokaal politicus tot minister op bijna alle niveaus, tot leider van een internationale alliantie. Zijn traject weerspiegelt zowel de mogelijkheden als de gevaren van politieke macht in Europa in de tweede helft van de 20ste eeuw.

Librar las Wat ik nog kwijt wil.

Scroll naar boven
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.